Gehooronderzoek op locatie

Uit onderzoek is gebleken dat in Nederland 30% van de mensen met een verstandelijke beperking slechthorend is. Bij mensen met het syndroom van Down is dit zelfs 57%. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen dit zelf vaak niet aangeven. Hierdoor is het belangrijk om regelmatig gehooronderzoek te doen. Als een gehoorverlies blijkt, kan een hoortoestel al een hele verbetering opleveren. De Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijke Gehandicapten (NVAVG) heeft landelijke richtlijnen opgesteld voor het onderzoeken en behandelen van slechthorendheid bij mensen met een verstandelijke beperking.

Frequentie van het onderzoek
Het advies is om gehooronderzoek bij kinderen met een verstandelijke beperking te doen rond de leeftijd van 0, 5, 10 en 15 jaar. Bij volwassenen vanaf 40 jaar is het advies om elke 5 jaar een gehooronderzoek te doen. Voor kinderen en volwassenen met het syndroom van Down is het advies om elke 3 jaar gehooronderzoek te doen.

Onderzoek in een vertrouwde omgeving
De multidisciplinaire teams van Pento gaan naar instellingen, gezinshuizen of scholen, zodat kinderen en volwassenen in een vertrouwde omgeving onderzocht kunnen worden. Wij zien ongeveer 8 tot 10 cliënten per onderzoeksdag. Een team bestaat uit een logopedist, audiologie-assistent, een maatschappelijk werker en een audioloog.

Hoe ziet het onderzoek eruit?
Voorafgaand aan het onderzoek is het belangrijk dat de oren geïnspecteerd zijn door een arts. Wij doen een aantal onderzoeken. Deze zijn niet of nauwelijks belastend voor de cliënt. Het is prettig als er een vertrouwde begeleider bij het gehooronderzoek aanwezig is. De onderzoeken die wij doen, zijn:

  • Oto-akoestische emissies (OAE) dit zijn zwakke geluiden die meetbaar zijn in de gehoorgang en opgewekt worden door het binnenoor. Alle gezonde oren hebben oto-akoestische emissies. Vanaf een bepaald gehoorverlies zijn er geen oto-akoestische emissies meer te meten. Is dat het geval, dan kan het zijn dat in het oor een stoornis aanwezig is.
  • Bij tympanometrie wordt de beweeglijkheid van het trommelvlies (tympanum) gemeten.
  • Bij vrije veld audiometrie worden verschillende geluiden via een luidspreker aangeboden. De onderzoeker observeert of een cliënt reageert op de geluiden. Dit kunnen bijvoorbeeld hoofd- of oogbewegingen zijn.

De mate van de verstandelijke beperking maakt bij bovenstaande onderzoeken niet uit. De cliënt moet wel even stil kunnen zitten en zo min mogelijk geluid maken. Onderstaande onderzoeken hebben meer medewerking van de cliënt nodig.

  • Toonaudiometrie staat ook wel bekend als de ‘piepjestest’. Via een hoofdtelefoon krijgt de cliënt geluiden te horen op verschillende sterktes en frequenties (toonhoogtes). De cliënt geeft vervolgens aan of hij of zij het geluid heeft gehoord. Bij jonge kinderen wordt de test in spelvorm afgenomen, bijvoorbeeld met blokjes. Dit kan door ‘ja’ te zeggen of een handeling uit te voeren.
  • Bij spraakaudiometrie krijgt de cliënt via de hoofdtelefoon een groot aantal woorden van verschillende geluidssterktes te horen. De cliënt deze woorden zo nauwkeurig na. Hiermee bepalen we welke beperkingen er zijn in het verstaan van spraak.

Na het onderzoek
Aan het eind van een onderzoeksdag bespreken we kort de uitslag van alle cliënten met de verantwoordelijk arts en/of logopedist. Bij een verminderd gehoor geven we gericht advies. Bijvoorbeeld een proef met hoortoestellen of een consult bij een kno-arts.

Meer informatie
Pento geeft presentaties aan onder ander groepsbegeleiding of andere geïnteresseerden die beroepsmatig of vrijwillig betrokken zijn bij deze doelgroep. Wij geven hierbij uitleg over de werking van het oor, de gevolgen van slechthorendheid, signalering van slechthorendheid, communicatie-adviezen en informatie over hoortoestellen.

Voor meer informatie over onderzoek op locatie kunt u contact opnemen met het audiologisch centrum in uw regio.